Wat is Prikkelbare Darm Syndroom?

Prikkelbare Darm Syndroom (PDS) is een ziekte van de darmen (afbeelding 1).

pds-1.jpg

Afbeelding 1: de darmen.

Klachten
Iemand met PDS heeft vaak klachten van de buik en problemen met het poepen.

  • Klachten van de buik kunnen zijn: 
    • buikpijn;
    • krampen;
    • een opgezette buik;
    • winderigheid.
  • Problemen met het poepen kunnen zijn: 
    • diarree;
    • verstopping;
    • afwisselend diarree of verstopping.

Sommige mensen hebben ook andere klachten, bijvoorbeeld vermoeidheid. De klachten kunnen verschillen:

  • van persoon tot persoon;
  • hoe erg de klachten zijn;
  • hoe vaak u klachten heeft.

Veel mensen voelen dat bepaalde voeding of stress hun klachten erger maken.

Oorzaak
Bij mensen met PDS is er een storing in de samenwerking tussen de hersenen en de darmen (afbeelding 2). Hierdoor werken de darmen minder goed en zijn ze gevoeliger. PDS werd vroeger soms ook wel ‘spastische darm’ genoemd.

pds-2.jpg

Afbeelding 2: de samenwerking tussen de hersenen en de darmen.

De arts stelt u een aantal vragen over uw klachten om te onderzoeken of u PDS heeft. U kunt ook zelf een test invullen om te bekijken of u misschien PDS heeft. Bespreek de resultaten van deze test met uw arts.

De klachten kunnen ook bij andere aandoeningen passen. Soms is daarom extra onderzoek nodig, bijvoorbeeld als u alarm-symptomen heeft. Alarm-symptomen1 zijn:

  • bloed in de poep;
  • veranderingen in het poepen: dunner en/of vaker;
  • onbedoeld en onverklaard afvallen;
  • als u voor het eerst klachten krijgt als u ouder dan 50 jaar bent;
  • als u een eerstegraads familielid (ouders of kind(eren)) heeft met:
    • coeliakie;
    • de ziekte van Crohn of colitis ulcerosa;
    • darmkanker, eierstokkanker of baarmoederslijmvlieskanker bij iemand jonger dan 70 jaar.

Extra onderzoek is bijvoorbeeld onderzoek van uw bloed of poep. De arts kan ook de binnenkant van uw darm onderzoeken met een kleine camera. Dit noemen we ook wel een coloscopie.

Extra onderzoek is vaak niet nodig. De huisarts kan bijna altijd de diagnose stellen.