Vaginale bevalling

U wacht af tot de bevalling vanzelf begint. Als de weeën beginnen, gaat u naar het ziekenhuis. U bevalt onder begeleiding van een gynaecoloog. Uw partner en andere naasten mogen ook bij de bevalling aanwezig zijn. Als u wilt, kunt u pijnstilling krijgen. Bijvoorbeeld een ruggenprik. U kunt uw baby na de bevalling meteen borstvoeding geven. 

Vanaf 32 weken zwangerschap kan de gynaecoloog de kans dat u vaginaal bevalt berekenen.1 Bespreek dit met uw gynaecoloog.

Meer kans op een vaginale bevalling als:

  • u voor of na de keizersnede al een keer op de gewone manier bevallen bent.

Minder kans op een vaginale bevalling als:

  • te zwaar bent;
  • uw eerdere keizersnede was omdat de bevalling niet opschoot
  • u zwanger bent van een grote baby die meer dan 4000 gram weegt;
  • u de vorige keer een keizersnede hebt gehad voor 37 weken zwangerschap;
  • u kleiner bent dan 1,55 meter;
  • u meer dan 41 weken zwanger bent bij deze bevalling.